Klein maar fijn

Startende bedrijven beheersen Vinex

De studiedag micRO in Tilburg bracht interessante resultaten aan het licht: grote kantoorprogramma's zijn passe, rafelranden komen op

Foto, Vera Cerutti

Startende ondernemingen zoeken helemaal niet de bedrijfsterreinen op of de stadscentra op, maar zijn veelal te vinden in Vinex-wijken of op de rafelranden van de stad. Met het laatste worden onaangeharkte, non-descripte gebieden aangeduid, waar de openbare ruimte niet is ingericht of dit nog moet worden.
Bij bedrijven in Vinex-wijken moet je denken aan garages, zolders, keukentafels en eventuele extra ruimtes, omdat de woningen een overmaat hebben. Op onverwachte plekken, daar strijken de startende bedrijven (2 tot 5 man personeel) neer. Het is een interessante uitkomst van het Bureau Nieuwe Gracht, dat onderzoek heeft verricht naar de kleinschalige regionale ontwikkeling in steden als Utrecht, Enschede en Maastricht (MicRO: Hoe te plannen voor kleinschalige bedrijvigheid?). Referentie was de stad Utrecht. Startende ondernemingen zijn daar de koplopers; en dat geldt voor de Randstad en Brabant in het algemeen.

Op een studiedag in theater De Boemel in Tilburg werden op 7 september de resultaten gepresenteerd. Aanwezig waren bestuurders en ambtenaren uit gemeenten in Zuidwest Nederland. De locatie in de Spoorzone van Tilburg was prikkelend: tot voor kort was de voormalige Werktuigenloods aan de noordkant van het spoor ontoegankelijk terrein. Een portiersloge hield pottenkijkers op afstand. Hier werden ruim 100 jaar geleden locomotieven gebouwd en gerepareerd in tal van gebouwen en indrukwekkende hallen. Ze worden nu gebruikt als skatepark of als locatie voor studentenfeesten.
Het langgerekte gebied met zijn hallen en naar smeer ruikende werkplaatsen maakt deel uit van de Spoorzone Tilburg, die de komende jaren herontwikkeld en herbestemd moet worden. Is dit een plek waar startende bedrijven zich kunnen nestelen? In hal 79 in ieder geval wel, hier wordt op 16 september een proeftuinbibliotheek geopend. Daaromheen kunnen zzp’ers werkruimte huren, vergaderingen beleggen en gebruik maken van de catering. Het is een formule die overal opduikt in Nederlandse gemeenten. Soms heet het Seats to Meet, dan weer Deskowicz.

De vestigingsdynamiek van kleine bedrijven en strategieën voor middelgrote gemeenten met gevarieerde woonmilieus was het thema van de studiemiddag. Na een algemene inleiding werd in drie workshops gefocust op de betekenis van herstructurering van bedrijventerreinen. Welke kansen (maar ook welke bedreigingen) zijn er voor bedrijven in woongebieden en wat is de rol van centrumranden voor broedplaatsen.
Dat de tijd van top-down voorbij is, weten we inmiddels, maar wat voor effect heeft dat op binnensteden, buitenwijken en alles wat daar tussen ligt? Bureau Nieuwe Gracht maakte een onderscheid in vijf typologieën: 1. horeca, wellness en winkels, 2. kunst en creatieve diensten, 3. financiën en onroerend goed (makelaardij), 4. ict, consultancy en kennisintensieve diensten, en tenslotte (5) de maakindustrie die tegenwoordig een range bestrijkt tussen ambachtelijkheid en 3d-printing. De ene hecht aan representatieve kantoren en goede parkeerfaciliteiten (consultancy), de andere juist aan opslag en de mogelijkheid om lawaai te kunnen maken (kunst en maakindustrie). Uit het onderzoek van Bureau Nieuwe Gracht blijkt dat starters een voorkeur hebben om zich te vestigen in Utrecht (20.040 bedrijven), daarna volgt Tilburg (10.874), daarna Enschede (ruim 7000) en tenslotte Maastricht (ongeveer 5000). Tilburg is vooral de stad van de maakbedrijven, die zich vestigen op de binnenterreinen in de stad, terwijl Maastricht in trek is bij winkels en horeca, vanwege de aantrekkelijke historische binnenstad. Jan Willem Tap van Bureau Nieuwe Gracht waarschuwde de gemeente - de wethouder was aanwezig - om de binnenterreinen van Tilburg vooral niet te transformeren, omdat ze zo karakteristiek zijn. Hier gedijen juist de nieuwe initiatieven. Erik de Ridder, wethouder EZ van Tilburg, wees op het feit, dat de stad profiteert van de kleine en middelgrote ondernemingen, die opgezet worden door afgestudeerden van de universiteit en hogeschool Avans. Omdat de start-ups flexibel zijn moet een gemeente dat ook willen zijn: ‘We willen dichtbij de vraag zitten om die vraag scherp te krijgen.’
Er zijn meer verrassende uitkomsten. Nieuwe bedrijven zitten zoals gezegd eerder en vooral in Vinex-wijken - Reeshof Tilburg bijvoorbeeld vertoont vele stippen op de kaart - en niet in het centrum. Daar zitten de financiële adviseurs en de consultancies. Parkeren zou ruimtelijk gezien een probleem moeten zijn in wijken die daarvoor niet ontworpen zijn, maar dat is vooralsnog niet het geval in de Vinex-wijken waar de bewoners overdag aan het werk zijn. Dan is er plaats genoeg.
Uit de workshops kwamen drie wensen of aanbevelingen voor architecten naar voren: schep hoge plafonds en voldoende bergruimte. Bedrijventerreinen spelen geen rol van betekenis voor startende ondernemingen, omdat de panden te ruim zijn en niet op de goede plek liggen. Naoorlogse wijken kampen eveneens met een handicap. Hier wonen veel allochtonen, die wel een bedrijf zouden willen beginnen maar stuiten op de beperkte maat. Locaties in Vinex-wijken zijn gewoon ruimer, zowel wat betreft de woningen als wat betreft de openbare ruimte.
Tap (Nieuwe Gracht) gaf de aanwezige bestuurders en ambtenaren een reeks kansen en strategieën mee. Ga uit van je eigen kracht is een eerste advies en benut je eigen DNA. Het DNA van Tilburg is bijvoorbeeld de muziekpotentie in de stad en de glas- en metaalbewerking, de opvolgers van de vroegere textielindustrie. Maastricht profiteert van het oude centrum en haar functie van dubbelstad aan weerszijden van de Maas. Grote kantoorprogramma’s kunnen in het algemeen bijgezet worden als old school-planologie; daarmee redt een gemeente het niet (meer). Een ander advies is: benut de ruimte in Vinex-wijken door aanbouw aan woningen toe te staan en overbodige brandgangen dicht te zetten ten behoeve van bedrijfsruimte. Rafelranden moeten gekoesterd worden, bepleitte Tap. Het is bijvoorbeeld een fout idee om waterwoningen in de Utrechtse wijk Rotsoord te bouwen, omdat daar nu een bloeiende alternatieve bedrijvigheid gedijt. Dat gaat op den duur conflicteren. Ga ruimhartiger met de combinatie van werken en wonen in een gemeente. ‘Beter regelen wat je niet wilt, dan vooraf bepalen wat mag.’ De oude milieuregelgeving bepaalde wat niet mocht en kon. De omgevingsvisie draait dat om en lijkt flexibeler. Tenslotte moet een gemeente ruimte bieden aan experimenten en aan ontmoetingsplaatsen. Makers willen niet graag meer in het centrum zitten, dat vinden ze gewoonlijk te mainstream.
Zo is er een verbinding gelegd tussen kleinschalige economie en een bijbehorende ruimtelijke ordening. De gemeentelijk delegaties leken in Tilburg genoeg stof te hebben opgedaan. Conclusie zou kunnen zijn dat de een- of tweemansbedrijven de regio en de stad attractiever maken en dat ze ongemerkt de stedenbouwkundige layout bepalen. Top-down is inderdaad niet meer zaligmakend.

Alle rechten voorbehouden

Media