Artikel

Gezonde Verstedelijking

Waarom ontwerpend onderzoek een uitkomst voor opdrachtgevers kan zijn

Een bekend adagium is dat de wetenschap het waarschijnlijke onderzoekt, de ontwerper het mogelijke en de opdrachtgever het praktische. Bij ontwerpend onderzoek worden alle rollen door elkaar geschud. Niet in de laatste plaats omdat de wereld in hoog tempo verandert. Maar hoe formuleer je een goede ontwerpopgave? Wat is de rol van de hedendaagse opdrachtgever en hoe kan hij zorgen dat tot een optimaal eindresultaat komt?

Health-City-Cube

Het is niet meer vanzelfsprekend dat een bouwtraject volgens de traditionele volgorde der dingen loopt. Niet langer is er eerst een opdrachtgever met geld die een architect uitnodigt om een ontwerp te maken, om dat vervolgens te testen in een inspraakprocedure. Veel vaker begint een traject bij uiteenlopende initiatiefnemers, bij het formuleren van een wens en gaandeweg ontwikkelt zich dan wel (of niet) een bouwopgave.

Daarvoor biedt ontwerpend onderzoek kansrijke aanknopingspunten. Maar wat is dat precies? Architect en onderzoeker aan de Academie van Bouwkunst Tilburg Caro van de Venne: ‘Door discussie en debat kunnen we de vraag aanscherpen.’ Boris Hocks, stedenbouwkundige en als onderzoeker verbonden aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam formuleert het zo: ‘Ontwerpvragen zijn vaak óf heel vrijblijvend, of extreem directief. Ontwerpend onderzoek is iets daartussen in. Dat vraagt andere houding van zowel de opdrachtgever als de architect.’ En Arjan Klok, hoofd Stedenbouw van de Academie van Bouwkunst, stelt terecht: ‘Een goed resultaat vereist continue betrokkenheid van opdrachtgevers, anders wordt het persoonlijk onderzoek van de ontwerper.’

Vanuit het onderwijs en de ontwerpwereld bestaat dus veel vertrouwen en inzicht in de mogelijkheden. Maar voor bestuurders en andere opdrachtgevers is het voordeel nog niet altijd even duidelijk. Vandaar dat vanuit het Actieprogramma Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp aandacht wordt gevraagd voor het betrekken van de opdrachtgever bij dit soort processen. In het lectoraat Future Urban Regions (FUR), geleid door Eric Frijters en in samenwerking met de zes Academies van Bouwkunst, is hier de afgelopen maanden een begin mee gemaakt. Onlangs presenteerde de FUR studio’s de eerste resultaten.

Gemeenten die betrokken waren bij de FUR studio’s zijn Amsterdam, Arnhem en Rotterdam. Dat zijn gemeenten waar ook Academies van Bouwkunst zijn. Het overkoepelende thema was “Stedelijk Metabolisme”. Dat is een intelligente keuze omdat de ruimtelijke opgaven steeds minder vaak worden begrepen als afzonderlijke expertises (verkeer, stedenbouw, volkshuisvesting, zorg), maar steeds vaker als een complex systeem van in elkaar grijpende processen, die elkaar kunnen versterken of hinderen.

Voorbeeld van een student aan de Academie van Bouwkunst. In de gemeente Amsterdam trekken oude mensen weg uit de Ring 20-40 (de interbellumwijken). Dat ontdekt hij door zich te verdiepen in de demografische stromen in de stad. Vervolgens blijkt uit onderzoek dat dit komt doordat de woningen slecht passen bij deze doelgroep. Zo ontstaat uit een objectieve observatie een vraag. “Hoe kunnen we ouderen in de stad houden?” Het antwoord is niet een zuivere ontwerpvraag. Het heeft ook te maken met de sociale structuur van de wijk, de voorzieningen die er zijn, de aanpassingen die nodig zijn in de publieke ruimte en de woningen zelf, etc. Het is dus een vraag die samenwerking vereist tussen onderzoekers, opdrachtgevers (de gemeente zelf, de woningcorporaties) en de ontwerper.

Ander voorbeeld. De gemeente Rotterdam constateert dat bedrijventerrein Spaanse Polder niet goed functioneert. Hij denkt dat een mogelijke oplossing ligt in het ontwikkelen van een meer thematische opzet van het gebied, en dan met name het thema Voedsel. De Academie van Rotterdam ging met die vraag aan de slag. Gaandeweg bleek dat de door de gemeente geformuleerde vraag niet de oplossing zou brengen. Op de 700 bedrijven zijn er maar vijf voedsel gerelateerde concerns (zij het wel hele grote). Een mogelijke verbetering zou wel kunnen liggen in het vormgeven aan een ondernemersgemeenschap in combinatie met het herontwerpen van de openbare ruimte.

Eric Frijters toonde zich enthousiast over de eerste resultaten van de samenwerking tussen gemeentelijke opdrachtgevers en de ontwerpkracht bij de Academies. 'Ontwerpend onderzoek helpt bij het beter formuleren van de vraag. De kans op realisatie wordt groter naarmate je dat beter doet. Voorheen moest een architect goed zijn in ontwerp in opdracht van een opdrachtgever die ging dan op zoek naar geld en zo kwam er wel of geen project. Nu moet een architect hele andere gaven hebben: hij moet kunnen vertellen, onderzoeken, verbeelden en ontwerpen. Vaak is er namelijk nog geen opgave, zelfs nog geen opdrachtgever of geld. En welke vragen stel je dan? Hoe breng je mensen in beweging?'

De komende tijd zal Atelier FUR zich gaan toeleggen op onderzoek in Groningen, Tilburg en Maastricht. Meer informatie is binnenkort te vinden op de website: www.futureurbanregions.org.

Heeft u ruimtelijke vraagstukken die de traditionele grenzen van de planontwikkeling overschrijden? Zou u willen weten hoe u bijvoorbeeld die leegstaande kerk in verband kunt brengen met efficiëntere voedselketens, energiestromen en – pak hem beet – hangjongeren op een bedrijfsterrein? Wilt u weten hoe ontwerpend onderzoek in uw gemeente een rol kan spelen? Kijk eens rond op deze website, of laat het ons weten via Wendeline.Dijkman@arch-lokaal.nl

Alle rechten voorbehouden