Artikel

Werk aan de winkel

Hoe houdt de gemeente het centrum leefbaar?

Emmen

Uitgaansgebied Emmen

Alle rechten voorbehouden

Winkelstraten met lege etalages, het is een schrikbeeld in menige gemeente, teken van verval en crisis. Met name in gemeentes met een krimpende bevolking komt het verschijnsel voor, aangewakkerd door de stijgende verkoop van producten via internet.
Leegstandsregisseurs, een speciaal loket, het clusteren van de detailhandel, er wordt van alles aan gedaan om de leefbaarheid goed te houden in Emmen, Sittard-Geleen of Enschede.

Misschien nog wel zorgelijker dan het aantal leegstaande kantoren is de leegstand van het aantal winkels, niet in Amsterdam of Den Haag, maar buiten de Randstad. Het blijkt in veel gemeenten een issue, en niet alleen omdat de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht zijn. Immers, gaten in winkelstraten, dichtgetimmerde panden of lege etalages vormen een negatief signaal aan de burger, het sein dat het niet goed gaat met zijn gemeente. Dat de crisis nu daadwerkelijk voelbaar is. De leefbaarheid komt in het geding.
In Sittard/Geleen was de problematiek al eerder voelbaar dan in de rest van het land en ontstond het bewustzijn dat een stadscentrum meer is dan een collectie winkels, zegt stadsbouwmeester Pascal Wauben. Het terughalen van het aantal vierkante meters heeft volgens hem niet veel zin, lucratiever is het een alternatief programma te bedenken voor de gaten in de binnenstad. Te denken valt aan startende ondernemers, cultuur en onderwijsvoorzieningen. Want een binnenstad bestaat niet uitsluitend bij de gratie van winkelen.
Emmen, ook al zo'n krimpgemeente, heeft een ambtenaar vrijgesteld die het predikaat leegstandsregisseur heeft meegekregen. Hij overlegt met eigenaars van panden die leeg dreigen te komen of al leeg zijn en initiatieven van jonge ondernemers weegt. Het besef in Emmen, bij onder meer wethouder Ton Sleking, is dat een florerend centrumgebied bijdraagt aan de werkgelegenheid en de economische bedrijvigheid in de stad. Vandaar dat de gemeente maar liefst een half miljard pompt in de vernieuwing van de binnenstad, waar een verkeersader ondergronds wordt gelegd en de befaamde dierentuin wordt verplaatst. Bij de vernieuwing van de binnenstad passen uiteraard niet gaten in het winkelarsenaal.
Enschede. Het vertrek van de Bijenkorf aan het Van Heekplein heeft enige onrust veroorzaakt. Verschraalt het aanbod en is de leefbaarheid in het geding? Er is in de ogen van Rob Hendriks die sinds een half jaar is aangesteld als stadsbouwmeester voor de binnenstad, in het verleden iets te rigoureus gesloopt, dat de leegloop heeft aangemoedigd. Beter was het geweest te investeren in het cultureel historisch erfgoed. De gemeente zet nu in op het clusteren van winkels en zo van straat naar straat toewerken aan verbetering en uitstraling. Het voorbeeld is afgekeken van de gemeente Den Bosch waar een ambtenaar is vrijgesteld die eigenaars helpt met vergunningen en de aanvraag van subsidies. Deze heeft een makkelijke ingang bij de welstand. Het doel is de presentatie van de detailhandel te verbeteren.
De stadsbouwmeester zelf organiseert sinds enige tijd een inloopspreekuur, dat goed werkt. Daar hoort hij waar ondernemers tegen aanlopen, welke ideeen om uitvoering vragen Hendriks: 'Mijn uitgangspunt is: waar kun je mensen mee vrolijk maken?'
De leefbaarheid van de Enschedese binnenstad en omgeving is onmiskenbaar een thema bij de verkiezingen. Uitgangspunt is de agenda die stedenbouwkundige Ton Schaap voor zijn opvolgers heeft nagelaten onder het motto 'Enschede 2030'. Daarbij richt de aandacht zich ook op vrijgekomen locaties aan de rand van de binnenstad die qua oppervlakte wedijveren met de totale binnenstad. Hendriks: 'We moeten ervoor waken dat die dichtslibben als parkeerterreinen. Hoe kunnen we er een tijdelijk gebruik of functie voor verzinnen. Het mogen geen rotte kiezen worden.'
Een gemiste kans is volgens Hendriks de ontbrekende verbinding tussen de Universiteit Twente en de binnenstad. De UT bevindt zich in een splendid isolation buiten Enschede, waardoor de binnenstad nauwelijks van de studentenpopulatie profiteert. Hendriks: 'Dat hebben ze in Groningen waar ik eerder heb gewerkt, beter begrepen en uitgevoerd.' Uiteindelijk is het namelijk ook de detailhandel die profiteert van het legioen studenten. Datzelfde beeld bestaat in Sittard-Geleen waar de Chemelot Campus zich buiten de stad bevindt. Studenten in chemie en life science studeren ook daar in een isolement. Chemelot is gelieerd aan de Universiteit van Maastricht en heeft als campus een groeipotentieel waar een stadscentrum van moet profiteren, aldus Wauben.
Transformatie is in alle gemeenten een thema, omdat de leegstand buiten de Randstad veel meer zichtbaar is. Als ruimtelijke ordening een onderwerp bij de verkiezingen is, gaat het veelal om herbestemming en hergebruik. Herbestemming is het thema van nu, zegt wethouder Ruud Guyt van Sittard-Geleen. Daar is recent een groot klooster in de binnenstad omgetoverd in appartementen en een viersterren hotel. Wauben: ‘ Herontwikkeling van het centrum is een onderwerp van geduld en lange adem. De wethouders Peter Geenen (CDA), Ruud Guyt (PvdA) en Pieter Meekels (GOB) die daarmee belast zijn, zitten al acht jaar in het bestuur. Het centrumplan van Sittard en Geleen is in uitvoering gekomen , dit jaar start een nieuwe Structuurvisie en de nota Ruimtelijke Kwaliteit die in de plaats komt van de welstandsnota. Ten behoeve van het centrum is er een leegstandsverordening welke ingrijpen bij leegstand mogelijk maakt. Voor woningbouw geldt al langer een-erbij-is-een eraf, voor elke nieuwe woning wordt een oude gesloopt.’
Ruud Guyt, lijsttrekker voor de PvdA in Sittard-Geleen, en nu wethouder, geeft als verklaring voor de maatregelen in zijn gemeente en in Limburg ‘dat er van alles te veel is’. ‘Te veel woningen, te veel retail, te veel bedrijfsterreinen, te veel kantoren. Er is geen behoefte aan nog meer maar aan beter. We moeten op de goede plekken de goede maatregelen nemen.’ Dat betekent volgens Guyt dat je het aanbod beter moet afstemmen op de vraag, dat je in sommige gebieden het overschot wegwerkt, in andere werkt aan een intensivering en upgrading en weer ergens anders probeert te stabiliseren. De realiteit van Sittard-Geleen is dat andere kernen, zoals Heerlen, Maastricht, Aken en Luik, nabij zijn, dat de consumenten mobiel zijn. ‘We ontkomen er niet aan onze plannen af te stemmen met andere steden. Dat gebeurt in de Structuurvisie.’
Overigens is het slopen van corporatiewoningen in geheel Limburg al een fase verder dan elders in het land. Tussen 2014 en 2017 zullen er 5000 woningen worden gesloopt op grond van de Wet maatregelen woningmarkt. Die stelt de sociale verhuurder schadeloos met 15 duizend euro per te slopen woning. De verhuurdersheffing is een percentage dat verhuurders van 10 sociale huurwoningen of meer moeten afdragen van de huur. Als ze investeren in sloop, transformatie of samenvoegen van woningen wordt die heffing verminderd. Met de maatregel sloop-nieuwbouw lijkt Limburg voorop te lopen ten opzichte van de rest van het land. Guyt: ‘We zijn ver in ons denken, maar het uitspreken van een idee is nog geen realisatie.’ Of dit thema de kiezers zal aanspreken, kan hij daarom nog niet zeggen. ‘Het is een lakmoesproef. We moeten bepaalde maatregelen uitproberen en kijken hoe ze in de praktijk uitwerken. .’

Ontwinkelen

Welke strategieen zijn denkbaar voor een veranderende (lees:slinkende) winkelvoorraad? Moeten we de definitie van winkel oprekken zoals dat met de woning is gebeurd, die immers tegenwoordig zowel kantoor, restaurant als bed & breakfastvoorziening kan fungeren? Een jaar lang volgde Architectuur Lokaal een aantal initiatieven in diverse gemeenten, entameerde debatten over dit onderwerp dat steeds nadrukkelijker op de agenda komt te staan. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft berekend dat er sprake is van 2,3 miljoen vierkante meter leegstand in detailhandel. Anders dan bij leegstaande kantoren treft dit de leefbaarheid in de binnensteden.
Winkelleegstand is in eerste instantie een hardware-probleem dat ook vraagt om een hardware oplossing, bijvoorbeeld in de vorm van een vastgoedfonds voor een winkelgebied en het samenvoegen van panden. Want gebleken is dat grotere ketens meer geinteresseerd zijn in een vestiging in de binnensteden en het op de lange duur langer uithouden dan familiebedrijven en kleine speciaalzaken.
In het boekje Ontwinkelformules passeert een aantal kansen de revue. Het oprichten van een vastgoedfonds is er een van, de bundeling van winkeleigenaren en ondernemers is een andere. Verder lijkt 3-d-printing de uitgelezen mogelijkheid om consumenten een persoonlijk product te laten maken. Het presenteren van de lokale (agrarische) markt is een ander initiatief dat bijvoorbeeld wordt uitgeprobeerd bij Sloterdijk in Amsterdam. Tenslotte is er een betere connectie denkbaar tussen het virtuele winkelen op het web en het daadwerkelijk presenteren van producten in een webwarenhuis.

Alle rechten voorbehouden